Electoral College ter discussie

Als Amerikanen gaan stemmen voor een nieuwe president kiezen ze deze niet rechtstreeks. Per staat worden kiesmannen aangewezen, die vervolgens de wil van de meerderheid van de kiezers in hun staat uitvoeren en stemmen voor de nieuwe president. Dit gebeurt in het zogenaamde Electoral College.

Waarom wordt de Amerikaanse president niet gewoon bij meerderheid van stemmen gekozen? Dat gaat terug op een compromis tijdens de onderhandelingen over de nieuwe Amerikaanse grondwet in 1787. Kleine staten waren bevreesd voor de macht van de grote staten. Een grondwet kon destijds alleen worden vastgesteld als aan de bezwaren van de kleinere staten tegemoet gekomen werd. Men kwam tot het volgende compromis. Elke staat krijgt 2 zetels in de Senaat. Bij de huidige 50 staten telt de Senaat dus 100 leden. Het Huis van Afgevaardigden telt 435 leden, die naar rato van het aantal inwoners over de 50 staten worden verdeeld. Staten met weinig inwoners als Alaska en Montana hebben slechts één afgevaardigde. Terwijl Californië met bijna 50 miljoen inwoners maar liefst 53 afgevaardigden heeft.

Op deze wijze hebben de kleine staten in de Senaat dus even veel macht als de grote staten, terwijl de grote staten hun groter inwonertal in het Huis tot uitdrukking zien komen.

Bij de verkiezing van de president krijgt de kandidaat die in een staat de meeste stemmen haalt alle kiesmannen van die staat achter zijn of haar naam. Het aantal kiesmannen dat een staat levert is gelijk aan het aantal Senatoren en Afgevaardigden. Montana dus drie en Californië 55 kiesmannen.

Het is inmiddels drie keer voorgekomen dat een president gekozen werd met een meerderheid van kiesmannen terwijl deze niet de meeste stemmen in heel Amerika achter zich wist te verzamelen. Recent gebeurde dit in 2000 en 2016. Donald Trump had 306 kiesmannen achter zich tegenover 232 voor Hillary Clinton. Maar Clinton had, o.a. door veel stemmen in het grote Californië, meer stemmen.

Er wordt dus gepleit voor afschaffing van dit systeem en de president voortaan alleen nog maar op basis van de landelijk uitgebrachte stemmen te kiezen. Hier is echter een grondwetswijziging voor nodig. Daar moet twee derde van het Congres mee instemmen en bovendien twee derde van de 50 staten. Dit zit er voorlopig niet in. Daarom hebben 11 staten inmiddels verklaard hun kiesmannen altijd toe te wijzen aan de kandidaat met landelijk de meeste stemmen, ongeacht de uitslag van de verkiezingen in hun eigen staat. Dit betreft 11 staten die in 2016 voor Clinton stemden, dus voor de uiteindelijke uitslag had dit geen consequenties.

Critici van een grondwetswijziging wijzen naar de wijsheid van de Founding Fathers, die niet voor niets deze beschermende constructie ten behoeve van de kleinere staten in de grondwet hebben opgenomen. Ook wordt aangevoerd dat verkiezingen via uitsluitend de ‘popular vote’ zou betekenen dat de verkiezingscampagne zich beperkt tot de dichtbevolkte staten aan de beide kusten en tot de grote steden. Daar zijn immers de meeste stemmen te verdienen.

Ondertussen beschikken twee staten over een alternatief systeem. Nebraska en Maine kennen de twee kiesmannen op basis van hun twee Senaatszetels toe aan de kandidaat die in de staat de meeste stemmen haalde. De stemmen gebaseerd op de zetels in het Huis (3 in Nebraska en 2 in Maine) worden toegekend aan de kandidaat die in het betreffende district de meeste stemmen haalde. Op deze manier kreeg Barack Obama in 2012 een kiesman in Nebraska, die hij anders niet gehad zou hebben. En kreeg Donald Trump in 2016 een kiesman in Maine die ook hij anders niet gehad zou hebben.

Voor de standpunten van beide kanten is iets te zeggen. Het ziet ernaar uit dat deze discussie nog regelmatig zal oplaaien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WP Facebook Auto Publish Powered By : XYZScripts.com